Anciens Germain Vanwietendaele en Johan Vanneste over het rijke verleden van Kortrijk Koerse

Samen zijn ze goed voor 83 jaar ervaring binnen de organisatie van Kortrijk Koerse, Germain Vanwietendaele en Johan Vanneste. Ze zagen de wedstrijd groeien van een koers in hun eigen wijk tot een criterium in de binnenstad met een heus volksfeest. De anciens van het bestuur halen herinneringen op, maar zijn ook realistisch. “Vroeger was mooi, maar niet altijd beter. Het is goed dat de koers geëvolueerd is. Waren al die veranderingen niet gebeurd, dan zou Kortrijk Koerse vandaag niet meer bestaan.”

Ze lijken een beetje uit de toon te vallen midden het jonge bestuur van Kortrijk Koerse, maar Germain Vanwietendaele (69) en Johan Vanneste (71) blijven graag betrokken bij de wedstrijd. Ze zijn de brug met het verleden en die brug reikt ver terug in de tijd: Germain kwam in 1974 bij Kortrijk Koerse, op vraag van de toenmalige bestuursleden, Johan een jaar of vijf later. “Als bakker op Walle was het niet meer dan logisch dat ik mee in de organisatie zou stappen”, blikt hij terug. “Toen was Kortrijk Koerse nog echt een evenement dat georganiseerd werd door de handelaars rond de Doorniksewijk. Collega-bakker Romain Hoornaert was voorzitter en de meeste andere bestuursleden hadden allemaal een eigen zaak in de straat. De start was toen ook nog voor onze bakkerij, de aankomst voor de deuren van Au Casino.”

Germain knikt. “Zo ging dat toen”, zegt hij. “Ik ben door enkele beenhouwers uit de buurt gevraagd mee in de organisatie te stappen omdat ik me toen al bezighield met de seingevers. Een taak die ik tot op vandaag uitvoer. Maar we hebben het de voorbije jaren wel allemaal zien veranderen”, zegt Germain. “De organisatie, de vrijwilligers, de budgetten, de renners,… Je kan de koers nu helemaal niet vergelijken met hoe we dat vroeger deden. Dat waren mooie tijden, maar daarom is het nu niet slechter. Organisator en secretaris Dany Duyvejonck heeft meer dan veertig jaar schitterend werk geleverd, maar er was nood aan vers bloed. Dat kan je niet ontkennen.”

“En die jonge generatie doet dat schitterend”, pikt Johan Vanneste in. “Natuurlijk was het wennen om de locatie en de datum van de koers te zien veranderen. Het oude bestuur zou dat nooit gepikt hebben. Romain Hoornaert was een schitterende voorzitter: hij zei niet veel, bekeek het van op een afstand, maar paste ieder jaar wel het verschil bij uit eigen zak. (lacht) Maar dan weet je dat het zo geen jaren kan blijven duren, hé. We moeten realistisch zijn: het is goed dat het allemaal geëvolueerd is. Anders was er nu geen sprake meer van Kortrijk Koerse.”

Sloopwerken Hennie Kuiper

Terugblikken en grasduinen in de mooie herinneringen is niet moeilijk met anciens als Germain en Johan. Die laatste heeft knipselmappen vol met artikels over Kortrijk Koerse. “Er zijn te veel mooie momenten op die allemaal op te sommen”, lachen ze terwijl ze door de oude knipsels bladeren. “Hier zie: Lucien Van Impe. Een paar jaar nadat hij de Tour had gewonnen reed hij mee bij ons én won hij. Straf, hé? En Dirk Demol, onze recordwinnaar. Parijs-Roubaix gewonnen, maar vooral naam gemaakt als ploegleider. Maar die erelijst… Kijk eens naar die namen: Jo Planckaert, Frank Vandenbroucke, Johan Museeuw, Nico Mattan, Niko Eeckhout, Stijn Devolder,…”

Al zijn er ook enkele minder fijne herinneringen. “Het moet ergens begin jaren tachtig geweest zijn”, herinnert Johan zich. “Toen was het nog de gewoonte dat de renners zich gingen omkleden bij buurtbewoners. We hadden Hennie Kuiper aan de start en die zou zich achteraf bij ons op Walle douchen. We hadden net de hele badkamer vernieuwd en waren best wel trots dat we die Nederlandse topper konden ontvangen, maar toen ik – nadat hij vertrokken was ­– naar boven ging, ben ik toch geschrokken. Hij had onze hele badkamer gesloopt. De deur hing uit haar hengsels, de kraan los uit de muur,… Geen idee wat er toen gebeurd is – een vechtpartij of iets met vrouwen? – maar die Kuiper zet nooit nog een voet bij me binnen.”

“Of die keer in 1997, toen Museeuw als winnaar niet eens zijn cadeau is komen halen.” Johan schudt het hoofd. “Romain Hoornaert had een hele mand vol lekkers samengesteld. Maar op het moment dat hij die wou overhandigen aan Museeuw, was die al verdwenen. Enveloppe gekregen en weg. Dat zijn toch geen manieren, hé? Dan zijn de renners van nu toch helemaal anders opgevoed. Ze spreken hun talen en zijn tenminste iets beleefder.”

50 seingevers

Beide heren kijken hard uit naar Kortrijk Koerse. “Dat is toch altijd een beetje een hoogtepunt van het jaar”, zegt Germain. “Ook al zie ik weinig van de koers, want ik coördineer de seingevers, het Rode Kruis en de politie. Alles samen hebben we voor Kortrijk Koerse  een vijftigtal seingevers nodig, dus dat is niet min. En die komen allemaal bij mij hun bevoorrading halen voor en na de wedstrijd.”

Johan volgt de wedstrijd dan weer aan de meet. “Indrukwekkend om iedereen voorbij te zien flitsen”, zegt hij. “Ik moet gewoon zorgen dat ik op het juiste moment met de vlag zwaai. Toch ook niet onbelangrijk.”

Post Media Link

admin